zaterdag 19 januari 2013

Nu en dan een gedicht : Tomas Lieske



Uur van de nacht

Wij zakken de aarde in, met vederlicht gerammel, eerbiedig.

In het begin zagen we binnenstebuiten gekeerde bloemen
en versteende hagedissen die onder onze voeten wegrolden
maar al vele dagen is het zonlicht een vage
uilenvlucht in ons geheugen; de vergaderzalen
zo hoog dat we engelen en slierten melk als plafonds
meenden te zien, zijn wij voorbij; de stenen deuren
van tien touwen hoog die we met moeite openhakten
gepasseerd; evenals de steeds nauwere schachten
waar het zoute water van de wanden droop
en een kleverige stroom om onze voeten vormde.

Waarna, waarschijnlijk tijdens onze inwendige lente
een canto ostinato in raadseltalen, een koor
van onbereikbare beminden ons lokte.

Wij dalen dieper en dieper de grotten in
vermoeider, vertwijfeld en met een ijzeren wil.

Uit : Haar nijlpaard optillen (Querido, 2012)

PS Gedichtendag in de bib op 1 februari : Nu nog even niet !

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen