vrijdag 20 april 2012

"Katte Sage" (Gabriël Gits)

Je kan er niet meer naast kijken : de Kattenstoet komt eraan. En op zaterdag 21 april openen wij in de bib een boeiende tentoonstelling met kattenstoetsouvenirs en andere kattige dingen.
In onze reeks "af en toe een gedicht" grijpen wij hier terug naar 1954. In dat jaar schreef de Ieperse stadsarchitect Gabriël Gits deze "Katte Sage". Wij vonden dit in het stadsarchief in de rijke verzameling "vliegende papieren".

Inleiding (Proloog)

Kom mensen uit de goede gouwe
kom luistren naar het kattenlied,
U zing ik en wil mij vertrouwen,
wat in 't verleden is geschiedt,
en jaar op jaar bij deze feesten
herinnerd wordt en wel bedacht
dat voor de droeve kattegeesten
nooit rust noch vrede wordt verwacht.

Zang

In Yper, in d'aloude stede
werd Mien de kat het burgerrecht,
wel duizend jaren in 't verleden,
voor goede daden toegezegd.
De kat verwierf, met recht, vertrouwen
door muizenjacht en stil gevlei,
nam plaats aan d'haardstee bij de vrouwen,
miek d'Yper)kinders speels en blij.

Refrein : miauwen

Maar uit dit jeugdig ras der poezen,
door 't lokken van de melk, te veel,
ontstond een bende luie snoezen,
belust alleen op zot gespeel.
Gekleed in 't zwart der donker-nachten
in d'Halle, bij het maangeschijn,
ontglippend aan het oog der wachten,
werd pret gemaakt en groot festijn.

Refrein

't werd een geschreeuw en een miauwen
dat d'Yper-kinders gaf de vrees,
de slaaploosheid aan onze vrouwen,
en 't slinken van het werk en geest.
Voor al die stoornis van de vrede,
't nachtuilen en losbandigheid,
verklaard' het Magistraat der Stede
de wilde kat, een harden strijd.

Refrein

Daarmee was 't ras niet te verstoren
en fuifde voort op markt en straat,
maar d'Yperlingen spitsten d'oren
en spanden mee met 't Magistraat.
Het werd een jacht met veel gevaren
de katten klommen d'Halle op
en spogen vuur met groot misbaren
van uit de hoge Belforttop.

Refrein

Maar eens geklist en ingeklonken
gedaagd voor strenge Vierenschaar,
was al hun moed ineengezonken
hun stem gebroken als een snaar.
En 't vonnis was : uit d'hoge toren
alwie opstandig was aan 't bevel,
geworpen werde, gaat verloren
in eeuw'ge boete in de hel.

Slot (gesproken)

Sindsdien is t'Yper weerom vredig
en gaat het leven vlijtig voort.
Bij 't feesten is geen drankhuis ledig
het gla is vol tot aan de boord
en in gezelschap van hun vrouwen
slaan mannen vriendschap'lijk de hand
en mag de kat vol drift miauwen
tot vreugd en blijheid van heel 't land.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen