vrijdag 23 maart 2012

Japanse literatuur in de kijker !!


1 jaar na de aardbeving in het noorden van Japan en de kernramp in Fukushima, likt het land nog altijd zijn wonden. Een moment om eens stil te staan bij de rijke cultuur die het land voortgebracht heeft. Een cultuur waarin er altijd veel aandacht geweest is voor vergankelijkheid, de waarde van het moment, de broosheid van schoonheid…

De literatuur, bijvoorbeeld, leverde al vanaf de 10de eeuw hoogtepunten op, zoals het ‘hoofdkussenboek’ van Sei Shonagon. Leven en liefdes van prins Genji van Murasaki Shikibu (11d eeuw) wordt soms zelfs als de eerste roman beschouwd... In de 20ste eeuw assimileerden de Japanse schrijvers de Westerse literatuur, maar gaven er toch een heel eigen toets aan…

Een persoonlijke greep uit het aanbod (in willekeurige volgorde) :

- Yukio Mishima : Het gouden paviljoen. Gebaseerd op het waargebeurde verhaal van een jonge boeddhistische monnik die de beroemde tempel in Kyoto in brand stak…

Ook de moeite waard : Een zeeman door de zee verstoten, Bekentenissen van een gemaskerde, Lentesneeuw.

- Junichiro Tanizaki : De sleutel. Ik voel minder voor ‘Stille sneeuwval’ dat als zijn belangrijkste werk beschouwd wordt.

- Yasunari Kawabata (Nobelprijs 1968) : Sneeuwland. Een ontroerend verhaal over een onmogelijke liefde.

Ook de moeite waard : Het geluid van de berg, Dagboek van een oude dwaas (ooit vertaald door Hugo Claus).

- Haruki Murakami : Uiteraard. Bijna alles, maar als ik u een raad mag geven : begin met de dunnere werken (Spoetnikliefde, Norwegian wood, …) vóór u uw tanden zet in ‘Kafka op het strand’ en ‘De opwindvogelkronieken’ (volgens mij zijn beste). ‘1Q84’ is wat van het goeie te veel, vind ik (hoewel ik het derde deel nog niet gelezen heb…).

- Kenzaburo Oë (Nobelprijs 1994): Voor mij nog grotendeels onontgonnen terrein, maar wat ik er van las (De knoppen breken) smaakte naar meer.

(JLV)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen