dinsdag 13 december 2011

Nederlandse literatuur voor poezenliefhebbers.

In de tentoonstelling ‘Katten in kaften en kaders’ die momenteel in de bib te zien is, komen heel wat schrijvers aan bod. Omdat schrijvers, net als katten, huismussen zijn ? De kat speelt dan ook een prominente rol in heel wat boeken. In de Nederlandstalige literatuur denken we spontaan aan Annie M.G. Schmidt. Haar werk over poezen is onlangs nog verzameld in ‘Het grote poezenboek’ (2011). Maar er zijn nog andere grote namen die veel aandacht hebben voor hun aaibare huisdier.

Willem Frederik Hermans, bijvoorbeeld. Dit jaar verscheen het 14de deel van zijn ‘Volledige Werken’ met daarin ‘De liefde tussen mens en kat’. ‘De liefde tussen mens en kat is de raadselachtigste soort liefde die ik ooit heb ondervonden’, is de openingszin. Het citaat waarmee het boek opent, is dan weer ontleend aan Multatuli : ‘Hoe meer ik katten leer kennen, hoe minder ik van mensen houd.’ Natuurlijk is het de vraag of je katten kan kennen…

Andere kattenschrijvers zijn Jan Wolkers (die met ‘De junival’ een in memoriam voor zijn moeder èn zijn kat schreef), Frans Pointl (in ‘Poelie de verschrikkelijke’ verzamelde hij zijn kattenverhalen) en Remco Campert (‘Dagboek van een poes’ is geschreven door Poef).

Maar het oerboek over katten in de Nederlandstalige literatuur is gepleegd door Rudy Kousbroek : ‘De aaibaarheidsfactor’ (in de tentoonstelling met aaibare kaft te zien). Het boekje bevat onder meer een ‘Test huiskatten’ en alle instructies voor een zelfbouwkat… Kousbroeks kattenverhalen behoren volgens sommigen zelfs tot het beste wat hij ooit geschreven heeft.

JLV

Geen opmerkingen:

Een reactie posten