vrijdag 27 november 2009

Bedenkingen bij de 50ste bijeenkomst van de bib-leesgroep


Vóór ik in 1995 samen met een collega aan de leesgroep begon, las ik vooral boeken waar de tijd al een oordeel over geveld had. Als je toen naar mijn favoriete schrijvers vroeg, hoorde je enkel namen van doden. Door de leesgroep was ik wel verplicht om op zoek te gaan naar hedendaagse literatuur die een breed publiek kan boeien. Eén keer overtuigde ik de groep om Hugo Claus’ ‘De verwondering’ te lezen, sedertdien laten we de klassiekers over aan wielrenners.

De voorbije 50 bijeenkomsten zijn voor mij zo een heel boeiende ontdekkingsreis geworden door het hedendaagse literaire landschap. Want door de prijsbeesten links te laten liggen (met Connie Palmen en Peter Verhelst als uitzonderingen om de regel te bevestigen), maakten we het ons niet gemakkelijk bij de boekenkeuze. Er is gezocht naar schrijvers en titels die niet voor de hand liggen en zo ontdekten we bijna al vanaf zijn debuut Kader Abdolah, kozen voor Ivan Klima als Tsjechische auteur in plaats van Kundera en haalden met ‘Het licht’ van Torgny Lindgren een voor velen onbekende parel naar boven…

Natuurlijk sloegen we ook een paar keer de bal mis. Bij het overlopen van de lijst van de voorbije 50 bijeenkomsten zie je titels die ondertussen nu zo goed als vergeten zijn. Wie heeft het nog over ‘De Foucault-hallucinatie’ van Patricia Dunckers ? Of ik stelde achteraf vast dat we het verkeerde boek van een schrijver kozen. Koen Peeters en Ivan Klima schreven (nog) betere boeken dan wat we van hen lazen. Arto Paasilinna’s ‘Zelfmoordclub’ en Zwagermans ‘Chaos en rumoer’ vielen misschien wat licht uit. Hoewel ook deze boeken stof voor een pittige discussie leverden…

Die is het pittigst als er onenigheid is over de kwaliteiten van een boek. Als de ene het als een meesterwerk ophemelt en de andere er niets aan vindt. En beide groepen elkaar dan proberen te overtuigen. Als iedereen het eens is, kabbelt de discussie als een beekje eerder dan te bruisen als een bergrivier. Met andere woorden : er is niet één persoon die het boek van naald tot draad analyseert en het voortouw neemt in het gesprek. Het is de bedoeling dat iedereen aan bod komt en zijn mening formuleert.

Er is nog een ander misverstand dat ik uit de wereld wil helpen : er wordt tijdens de bijeenkomst niet gegoocheld met literaire termen. Omdat er veel vertalingen gelezen worden, staan we ook niet stil bij de stijl van de schrijver. Alleen wordt er soms eens op duidelijke vertaalfouten gewezen. Meestal wordt er ingegaan op de inhoud van het boek en hoe die verteld wordt. En de beoordeling vertrekt dan ook vaak vanuit de vraag in hoeverre je je kan identificeren met wat er verteld wordt.
De ‘vergaderingen’ verlopen ook niet volgens een vastliggende agenda. Er wordt geïmproviseerd en ingepikt op wat de aanwezigen vertellen. Om op het einde van de avond met een aangepaste visie op het boek of een leestip voor verdere lectuur naar huis te gaan.

Van de groep die er in 1995 aan begon zijn er vier mensen nog altijd bij. Anderen hebben ondertussen afgehaakt, er zijn nieuwe leden bij gekomen. Misschien is het voor nieuwe mensen wat intimiderend om bij een groep aan te sluiten, die al zo lang bezig is met het lezen van en discussiëren over boeken. Maar hou u vooral niet in, uw mening is even goed als de onze…

Tijdens de volgende bijeenkomst bespreken we ‘De laatste verhalen’ van Olga Tokarczuk.

(JLV)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten